Gisteren zat ik ineens bomvol. Een nieuw bericht over terreurverdachten landde bovenop een eerder bekeken uitzending van Vermist, waarbij Nederlandse vrouwen naar een land in het Midden-Oosten gingen, om hun kinderen, die daar vast werden gehouden, op te zoeken. De uitspraken van enige mensen daar schokten me. De haat tegen christenen/westerlingen werd zo expliciet en stellig geuit, dat ik er misselijk van werd. Hoe brouw je daar nou nog iets goeds van??
Enorme pony
Vroeger dacht ik er wel eens over Saddam Hoessein een bezoekje te brengen. Wanneer een lief klein meisje met enorme pony en paardenstaart hem zou vertellen dat mensen doden niet lief is en dat je van elkaar moet houden, zou hij vast ineens beseffen dat ‘hé ja, dat inderdaad zo was’! en dat hij maar moest stoppen met mensen vermoorden. Ja, nu glimlach je, maar ik was echt heel aandoenlijk vroeger, hoor. En dat gevoel krijg ik soms nog steeds. Als ik lees over de Jihad tegen ‘het Westen’ wordt ik flink pissig en denk: “Construct toch alsjeblieft een hark en ga een tuin bewerken, wordt verliefd, krijg kinderen, lees een boek! Ga. Gewoon. Léven!”
Ik moet eerlijk bekennen; ik heb niet bepaald veel kaas gegeten van de Koran. Dus is mijn grote vraag eigenlijk: Waarom gebruiken sommige moslims de inhoud van dit boek als reden voor het plegen van aanslagen, en anderen niet? Is het ‘simpelweg’ een keuze voor het één of het ander? Ik trek een nasibal uit deze muur, jij een kaassoufflé? Het verschil tussen iets letterlijk en figuurlijk nemen? Is de Koran het enige ingrediënt van de hartige, correctie, harteloze terreurtaart? Of moeten er een snufje ‘cultuur’, een schep ‘ongezonde verdeling rijkdom in de wereld’ en een kruiwagen ‘geschiedenis’ aan worden toegevoegd, alvorens te roeren?
Ik geloof niet langer dat meneer Bin Laden of andere extremistische figuren hun activiteiten zullen staken door een goed bedoeld verhaal van een groot geworden meisje met een ietwat kortere pony en staart. Want deze mensen beschouwen zichzelf als hét gerecht.
Soep zonder haren
Een tijd geleden stond ik met wat vrienden te kijken naar één van onze oude huizen, toen we werden uitgenodigd binnen te komen door de nieuwe bewoner. Of we wat wilden drinken met een koekje erbij. We kregen een grand tour door het huis en werden voorgesteld aan de koters en zijn vrouw. Zij was groenten aan het snijden voor de soep. “Voor geen haren in het eten”, zei ze zodra we binnen kwamen, en raakte daarbij met haar vingertoppen haar zwarte hoofddoek aan. Verontschuldigend. In haar eigen huis, waar wij te gast waren. Ik schaamde me, want ik dacht aan de antihoofddoekjeskoppen in de Nederlandse kranten, terwijl de man vroeg of we wilden mee-eten…
Zo kom ik weer bij mijn vraag. Hoe kunnen deze verschillen bestaan? Alle verschillende facetten die hieraan ten grondslag liggen analyseren komt neer op koffiedik kijken... Hoe zorg je ervoor dat deze mensen hun gewelddadige vinger uit de mondiale pap willen halen?
Misschien kunnen we enkel beginnen bij onszelf. En simpelweg contact maken. Echt samenleven. Samen eten. Een beetje van jezelf en een beetje van Hadji.
Misschien dat ik dan toch nog één specifieke link kan toevoegen aan deze column, ook al komt ie niet van nu.nl. Wellicht geeft ’t wat inspiratie.
Tekst: Elise
Beeld: Puur

















